Skip to content

www.sciencecafetilburg.nl

Loading...

Het Science Cafe Tilburg nu voor het eerst ook op TV! 
Klik hier
:
TELEAC 

 
Default screen resolution  Wide screen resolution  Increase font size  Decrease font size  Default font size 
You are here:    Home arrow Thema's arrow Thema 4: Schizofrenie, zo gek nog niet arrow Interviews dr. Van Hoof
Interview Dr. Van Hoof Print E-mail

Schizofrenie - Een evolutionaire theorie

Dr. Jacques J.M. van Hoof (Bergeyk, 1952) is zenuwarts en A-opleider psychiatrie bij de GGZ Oost-Brabant. Hij ontwikkelde een theorie over de ontstaanswijze van schizofrenie, waarmee hij in 2002 een prijs op een internationaal congres over schizofrenie won.

Schizofrenie is een ernstig psychiatrisch ziektebeeld. Kunt u uitleggen wat het inhoudt?
Schizofrenie is een psychiatrische ziekte die relatief veel voorkomt; ongeveer 1% van de bevolking heeft schizofrenie. Het ziektebeeld ontstaat vaak in de vroege volwassenheid, aan het eind van de puberteit. Het is niet bekend waarom juist op dat moment de mens gevoelig is voor het ontwikkelen van schizofrenie. Het psychiatrische ziektebeeld, dat niet te genezen is, wordt vaak als eerste gekenmerkt door terugtrekken uit sociaal contact. Ook voelen mensen zich erg angstig en geven zij aan het gevoel te hebben allerlei prikkels niet meer te kunnen afgrenzen. Zo kunnen zij geluiden bijvoorbeeld ontzettend hard horen. Vaak heeft de patiënt  wanen en hallucinaties. Wanneer er wanen zijn, heeft de patiënt allerlei gedachten die niet kloppen en die behoorlijk bizar kunnen zijn. Een voorbeeld is dat iemand denkt dat hij Napoleon is. Naast wanen heeft de patiënt met schizofrenie ook vaak hallucinaties. Dat betekent dat de persoon dingen ziet, hoort of ruikt die er niet zijn. Schizofrenie is een ernstig ziektebeeld en vaak heel heftig en moeilijk te begrijpen voor de familie van de patiënt.

Hoe ontstaat schizofrenie volgens u?
Er zijn heel veel verschillende theorieën over schizofrenie. Zelf heb ik een theorie ontwikkeld, die ik gepubliceerd heb in internationale tijdschriften en waarmee ik in 2002 een prijs heb gewonnen. Achter de theorie zit een hele redenering, die ik sinds de jaren 80, ik deed toen onderzoek bij apen, steeds verder uitgebreid heb.

Kunt u vertellen hoe de theorie ontstaan is en zich ontwikkeld heeft?
We weten dat de menselijke hersenen 3 tot 6 miljoen jaar geleden ontstaan zijn. Wij mensen zijn toen uit de lijn van de apen gestapt. Mensen komen oorspronkelijk uit Afrika en wij voelen ons ook het prettigst, nu nog, in een omgeving die lijkt op de Afrikaanse savannen. Wij mensen hebben jaren op de Afrikaanse vlakten in kleine groepjes rondgetrokken. Er was daar soms te weinig voedsel en om te voorkomen dat mensen elkaar zouden afslachten om eten heeft de natuur drie aanpassingssmechanismen ontwikkeld. Het eerste is dat je de ander,  degene die voor jou een bedreiging is,  gaat dwingen, dreigen met geweld zonder echt geweld te gebruiken. Het tweede mechanisme is dat je gaat pleasen, onderdanig gaat zijn. De derde manier is om de groep waartoe je behoort te gaan verlaten. Anthony Stevens en John Price beschrijven in hun boek "Evolutionary Psychiatry" psychiatrische ziektebeelden als inadequate aanpassingsmechanismen, inadequate manieren om behoeften te bevredigen. Het idee is dat psychiatrische ziektebeelden te beschrijven en te classificeren zijn binnen twee assen. De eerste as is de as van het overleven door te knokken of onderdanig te zijn. Dit is de as van de dominantie. De tweede as is de as van het overleven door los te laten, het al dan niet houden van afstand. In de jaren 80 had ik al onderzoek gedaan bij apen naar de eerste as, de dominantie. We hadden de plek ontdekt waar "dominantie" met name gelokaliseerd is in de hersenen, namelijk in het gebied dat we de basale ganglia noemen. Dit is een gebied in de hersenen dat een belangrijke rol speelt in bewegingen en kracht. Sindsdien heb ik me afgevraagd waar in de hersenen dan de andere as, "loslaten", gelokaliseerd zou zijn. In 1999 woonde ik een lezing bij over schizofrenie en daar werd gezegd dat de belangrijkste gebieden die aangedaan zijn bij schizofrenie de kleine hersenen zijn. Toen begon ik te denken dat dat het moest zijn. Schizofrenie is een psychiatrisch beeld dat zich in eerste instantie kenmerkt door terugtrekken, afstand nemen, zich volledig buiten de groep plaatsen. Toen wist ik waar met name loslaten gelokaliseerd moest zijn, namelijk in de kleine hersenen.

Kunt u samenvatten hoe de theorie, gegeven deze achtergrond, in elkaar steekt?
Je kunt de hersenen in drie gebieden verdelen. Het eerste gebied is dat waar informatie binnenkomt, de input. Dit is de achterkant van de hersenen. Dan komt het middengebied, dat is belangrijk voor de motoriek, de output.  Tenslotte komt het gebied dat belangrijk is voor het maken van doelen, de frontaal kwab, voor in de hersenen. Mijn hypothese is dat bij de ontwikkeling van de hersenen mechanismen vanuit het motorische middelgebied van de hersenen herhaaldelijk zijn toegepast op het voorste gebied in het brein. Er bestaan twee van zulke mechanismen: het mechanisme van de kracht en het mechanisme van de sturing. Sommige mensen maken vooral gebruik van het krachtsmechanisme (dominantie), sommige van het sturingsmechanisme (loslaten), maar beiden worden toegepast vanuit de motoriek bij het maken van doelen. Als je gedurende de ontwikkeling te veel gebruik maakt van het sturingsmechanisme, kunnen de drie gebieden in de hersenen niet meer goed samenwerken. Er ontstaat een probleem met loslaten, je laat te veel  los.  Dat is wat bij schizofrenie aan de hand is. Op basis van genetische eigenschappen maken patiënten met schizofrenie te veel gebruik van het sturingsmechanisme en relatief weinig van het krachtsmechanisme. 

Wat betekent uw theorie voor de vroege diagnostiek en behandeling van schizofrenie?
Op de eerste plaats kan ik met deze theorie aan de patiënt en zijn of haar familie uit leggen wat schizofrenie is en hoe het werkt in de hersenen. Dat levert veel duidelijkheid op. Ook weten we wat de gebieden in de hersenen zijn die van belang zijn bij schizofrenie en weten we dus waar we beeldvormende technieken op moeten richten. Ook genetisch en gericht farmacologisch onderzoek is gaande, maar daarvan zijn nog geen eenduidige resultaten bekend.
 

Met welk onderzoek op gebied van schizofrenie houdt u zich momenteel nog bezig en wat verwacht u de komende 5 jaar aan ontwikkelingen?
Op dit moment hou ik me vooral bezig met het toepassen van mijn theorie op andere ziektebeelden, bijvoorbeeld op de borderline persoonlijkheidsstoornis. Borderline is eigenlijk het omgekeerde van schizofrenie. Wil de patiënt met schizofrenie zich juist terugtrekken (meer loslaten), de patiënt met borderline kruipt te veel in het contact en kan onvoldoende afstand nemen. Ik hou me verder bezig met hoe wij als mens verschillen van dieren. Wij verschillen van dieren, omdat we een wil hebben en kunnen uitstellen. Om uit te kunnen stellen, moet je kunnen loslaten. Het ultieme mens zijn, betekent loslaten en er voor de ander zijn…en dan zijn we weer bij mijn theorie. In het Science Café op 21 september zal ik hier verder op ingaan.


Angélique Schiffer, juni 2010